( 8 * )
ala behóeftigen ömdöolden i en aan gebrek en kommer ter prooi gesteld waren; want niets, mijne Leiers! kan gvievender en hatelijker zijn, dan in slavernij te moeten zuchten , en , onder de mishandeling eens ©ntmenschtcn en barbaarschen meesters, een leven door te brengen, erger dan dat van het redeloozs vee.
Tonus en Maria hadden thans meer dan ooit de kracht van den Godsdienst noodig , om niet in de grootste vertwijfeling te vervallen. De deugdzame broeder bemoedigde hier de geliefde zuster, zoo veel hij kon , door haar tot vertrouwen op dien eenigen Leidsman en Verzorger in den hemel op te wekken, aan wiens vaderlijke hulp zij niet vreemd waren. Senex voegde zijne wijze en vertroostende redenen daarbij, en maakte hen, bij deze gebeurtenis, op nieuw opmerkzaam op het kortstondige der aardsche genoegens, en hoe weinig men hier op eene toekomst kan bouwen, die zoo vele afwisselende beproevingen en kvvel-
lia-

