( 9i )
lievelingen in hunne nieuwe betrekkingen door; en daar de oude man het geluk had, dat zijne Algerijnsche kweekelingen goede vorderingen maakten, genoot hij ook die vrijheid, w aarnaar hij anders te vergeefs zoude verlangd hebben. Hij maakte zich dat voorregt ten nutte, om met den Nederlandschen Consul in kennis te geraken , en bij hem op zijne vrijmaking en die van Tornas en Maria, aan te dringen. De Consul vond in het eerst zeer veel zwarigheid in het voorstel van Senex; maar, daar hij van ter zijde hoorde, hoe waardig zich deze van zijnen post kweet, en de Deij zelf over hem tevreden was, Waagde hij het, eindelijk, dien Vorst den wensch des grijsaards bekend te maken , en om de verlangde bevrqding te verzoeken. Gelukkigerwijze verscheen er een gunstig tijdstip, om dat plan ten uitvoer te brengen. Een Nederlandsch schip, met de gewone geschenken aan den Deij va nyJlgiera, ter instandhouding van den vrede met
d«-

