DE BEER.

7

blok hem op den kop, en de vergramde Beer slingert het verder weg , dan de eer­ste maal.

Het blok treft hem dus nu met meerder kracht, en dit gaat zoo voort, tot dal de getergde Beer uil den boom valt, en op de, aan deszelfs voet geplaatste, puntige palen stort.

Aan den Irtisch , Obij en Jeneseij maken de bewoners stellaadjes van zware balken op het spoor van den Beer, die , als hij op het valhout stapt, van boven neder vallen en hem dooden ; of zij stellen in het mid­den van eenen kuil een zeer puntigen , door branden hardgemaakten en gladden paal, bedekken den kuil met doode tak­ken , welke zij weder met gras oveidekken en leggen een veerkrachtig stuk hout, met een louw er aan, op het spoor van den Beer. Als deze nu op het touw trapt, dan springt het stuk hout los, en de Beer, die daar-