JO
DE BEER.
om den hals, of om de voorpooten gaat, en hem in het eerste geval verworgt, of In het laatste aan den wil van den Korjak overlaat.
Als de Kamschadalen eenen Beer in zijn leger willen dooden, slepen zij veel hont, dat langer is, dan de breedte van den ingang , voor hetzelve. Nu steken zij den Beer het eene stuk hout voor en het andere na toe , die dat bij zich neemt. Zoo gaan zij voort, tot dat hij zich niet meer keeren kan. graven dan boven zijn hol een gat en steken hem met spietsen dood.
Meestal grijpt dit volk de Beeren op het open veld aan. Een Beerenjager wapent zich met een klein geweer, eene spiets en een mes , en neemt omstreeks twintig gedroogde visschen tot zijn voedsel mede , gaat dan in de digtste hosschen of in het kreupelhout en moerassen aan meren en rivieren , en blijft hier dikwijls weken lang

