DE BEER
iti
De Beer rukt hem de huid van het hoofd , over voorhoofd , oogen en ooren naar beneden.—Niet te min waagt een Finlander het ook zonder honden eenen Beer in het open veld aan te vallen , en bedient zich daartoe van geen ander wapen , dan van een goed geslepen mes , en eenen scherpen dolk, die aan een’ riem is vastgemaakt. Dezen riem slingert hij om zijnen linker arm , en terwijl hij den dolk indeeene en het mes inde andere hand heeft, gaat hij moedig op den Beer los, die , omhem aan te vallen , op zijne acliterpooten gaat staan. Op den oogenblik, dat hij zijnen muil opent, sloot de jager hem den dolk in de keel* , en veroorzaakt hem daardoor zulke vreesselijke pijnen , dat de Beer oogenblikkelijk geenen wederstand meer doet, en het den jager gemakkelijk is hem door steken met zijn lang mes ; dat
Zie de afbeelding op plaat >.

