DE BEER.

33

en zei hem zoo spoedig mogelijk aan wal.

Zoo de IJsbeer beleedigd of aangevallen wordt, dan toont bij de hardnekkigste in­spanning om zieh te weken. Voor eenige jaren schoot men uit eene boot, die aan een walvischvaarder behoorde , op eenen nabij- zijnden IJsbeer en kwetste hem. Het dier builde vervaarlijk , en liep langs bet ijs , om bet schip te bereiken. Een tweede schot trof hem ; doch dit verdubbelde zijne woe­de. Hij sprong in bet water, zwom naar de boot toe , en greep met zijne eene klaauw den rand van dezelve, toen een matroos deze met eene bijl afbakte. De Beer zwom echter altoos achter aan , tot dat bij digt bij bet schip kw r am, van waar men hem met een geweerschot tiof. Niet te min klom hij op bet verdek van bet. schip, en dewijl de manschap op de touwladders vlugtte, zoo wilde bij hen bier ook volgen, toen hem een nieuw schot terneder wierp.