DE YOS.
4o
halve den zestien duim langen staart is de Vos twee voeten lang en zestien duim hoog. Zijn leeftijd duurt veertien jaren. Het za- menstcl van zijn ligchaam , behalve de poo- ten , gelijkt naar dat van den windhond. De vorm van den kop draagt het merk der loosheid en list, en zelfs de hersenpan van den ontleden Vos verraadt dezelve nog. Aan den staart heeft hij eene klier, welker sap vioolachtig ruikt. Als hij gewond w'ordt , bijt hij in deze klier , misschien als geneesmiddel.
Zijn’ geluid bestaat in een schel geblaf. Als het weder verandert, doet hij een doordringend geschreeuw hooren , dat naar dat der paauwen gelijkt. Zijne woning is onder den grond in een hol, dal hij zich op het open veld , onder heuvels . wortelen van groote hoornen of rotsen graaft, of hij noodzaakt eenen das , door onophoudelijk plagen, bevuiling van zijn hol en andere

