DE KAMEEL. 69

vergenoegt zich met weinigen slecht voed­sel , en kan door het eigenaardig zamen- stel van zijne maag het wel acht dagen uit­houden, zonder water te gebruiken. Hij heeft namelijk, behalve de aan alle her- kaauwende dieren, met gespleten klaauwen , eigene vier magen, nog eenen zak tot be- wariug van het water. Als de Kameel gele­genheid heeft om te drinken , dan vult hij dezen wijden zak met eene groote hoeveel­heid water op , en drukt daarvan, als het noodig is, door zamentrekking van eenige spieren, een gedeelte in de maag en zelfs in de keel, om zijnen dorst te lesschen. Het water blijft in dezen zak zuiver en buiten invloed van andere ligchamelijke vochten , is helder en doorschijnend, en heeft slechts eenen geringen bijsmaak. Als dus reizigers onder weg groot gebrek aan water hebben , dan wordt er een Kameel geslagt, in welks . waterzak meneens, na zeven dagen , sedert

7 -