DE KAMEEL.
79
sluiten hen dan in een hok , alwaar hun kinderen ran hunnen meester , die negen of tien jaren oud zijn, tweemaal daags voedsel brengen. Zij leeren deze kinderen spoedig kennen, en vleijen hen, als of zij hunne weldoeners waren. Zoo als de Mooren verzekeren, betoonen deze dieren in de gevechten , die deze volkstammen onder elkander leveren , de grootste verbittering. Woedend werpt hij zich op eenen vijandelijken Dromedaris , stoot hem met den kop en met de borst , rukt hem door bijten stukken vleesch uit het lijf, en verlaat hem niet eer, voor dat hij niet meer in staat is, zich verder te verdedigen.
De lippen en het tandvleesch zijn bij den Kameel, even als bij den Dromedaris, wratachtig. Dit is ook noodig voor liet voedsel, dat beide in de woestijnen gebruiken , hetwelk grootendeels uit distels en stekelige planten bestaat. Doch zij kunnen ook

