159

uit mijn hart wegnemen mogt, en mij liever goede denkbeelden mogt schenken, opdat ik zulke slechte voornemens niet meer hebben zou, toen was het geheel anders met mij; ik dacht aan het snoepen niet meer, en gevoelde mij zoo gerust en tevreden, dat ik het u niet kan zeggen; en daarom ben ik verzekerd dat God mijn gebed toen verhoord heeft.

Zeer zeker, lucie; God is te allen tijde nabij om dezulken te helpen, die in opregtheid des har­ten Hem daarom bidden, In het eerst vertrouwde! gij op uwe eigene kracht, en dien ten gevolge zijt gij op het punt geweest tot eene groote zonde te vervallen. Vergeet het niet, lucie , dat zelfs in de kleinste dingen, waar uw hart u veroordeelt, gij, zoo gij toegeeft aan de verleiding, evenzeer schuldig staat aan het verbreken der heilige wet van God, en evenzeer onder den invloed van het kwade han­delt als eva, de eerste stammoeder van het men- schelijk geslacht. Denk toch nimmer dat, dewijl het maar eene kleine en oogenschijnlijk onbedui­dende zaak betreft, gij minder schuldig zijt door uwe overtreding. Eva deed, naar de Bijbel ons leert, anders niet dan dat zij van de vrucht at van zekeren boom in het paradijs; maar God had gesproken van dien boom zult gij niet eten, en door hare ongehoorzaamheid aan dit gebod, heeft zij niet slechts haar eigen geluk verstoord, maar een vloek gebragt over de geheele wereld, die dienten­gevolge nu reeds zes duizend jaren zucht onder den zwaren last van zonde, kwelling en dood. Om