Lund, Johann: Heiligdommen, godsdiensten, en gewoontens der oude jooden : voorgesteldt in eene uytvoerige verhandeling, van het levitische priesterdom / door Johannes Lundius. Uyt het Hoogduits vertaald door J. LeLong, overgezien en met aanmerkingen verrykt door Gerardus Outhof. Amsterdam : Schoonenburg & Hoorn : 2(2010). Amsterdam : Schoonenburg & Hoorn, 1726
Content
- PDF [Ohne Titel]
- PDF [Ohne Titel]
- Title page
- Stamp
- Den Leeser, Die de waarheid, gelyk die in Jesus is, lief heeft, zy Genade en Vrede vermenigvuldigt!
- Voorreden van Gerardus Out Hof.
- Voorreeden van den Schryver.
- Het erste Boek, Handelende von de Tente der t'Zaamenkomste, der zelver opregting, Gereedschappen en verplaatzing, zoo wel in de Woestyne, als in het Land Canaan; en waar dezelve eindelyk gebleven is, enz.
- Het ertste Hooftstuk. Van de Tente der t'Zaamenkomste.
- 4 Het II. Hooftstuk. Waar uit de Tente der t'Zaamenkomste gemaakt was.
- 12 Het III. Hooftstuk. Van het erste Deksel der Tente der t'Zaamenkomste, en derzever Verwe.
- 20 Het IV. Hooftstuk. Van de Cherubim, die in de Deksels geweven waren.
- 28 Het V. Hooftstuk. Van de Hyren Gordyn.
- 35 Het VI. Hooftstuck. Van't Heyige, en van't Heylige der Heyligen, als ook van derzelver Voorhangen.
- 39 Het VII. Hooftstuk. Van den Voorhof rontom de Tente.
- 45 Het VIII. Hooftstuk. Van het Heylige der Heyiligen.
- 47 Het IX. Hooftstuk. Van de Arke des Verbondts, die in't Heylige der Heyligen was.
- 56 Het X. Hooftstuk. Van de Wolken-colomne.
- 67 Het XI. Hooftstuk. Van de Historie der Wolken-colomne.
- 75 Het XII. Hooftstuk. Hoedaanig het met de Wolken-colomne verder Gegaan is.
- 85 Het XIII. Hooftstuk. Van de Arke des Verbondts.
- 96 Het XIV. Hooftstuk. Van de Wolke
- 108 Het XV. Hooftstuk. Van het geen'er in de Arke des Verbondts was.
- 120 Het XVI. Hooftstuk. Van het Wet-Boek het geen'er by de Arke des Verbondts bewaart wierdt.
- 125 Het XIVVl. Hooftstuk. Van het Manna, dat by de Arke bewaart wierdt.
- 131 Het XVIII. Hooftstuk. Van den Staf Aarons, die by de Arke is geweest.
- 139 Het XIX, Hooftstuk. Van de By-Arke, met de Kleynodien der Philistynen.
- 146 Het XX. Hooftstuk. Of de Zalf-Olie, en het Wierook-Vat in't Heylige der Heyligen zyn gweest.
- 154 Het XXI. Hooftstuk. Van de Heerlykheit der Arke des Verbondts.
- 162 Het XXII. Hooftstuk. Hoedaanig de Arke des Verbondts, het Manna, en de Staf Aarons, Christus hebben afgebeelt.
- 173 Het XXIII. Hooftstuk. Van den Kandelaar, die in't Heylige gestaan heeft.
- 184 Het XXIV. Hooftstuk. Van de Tafel der Toon-Brooden.
- 201 Het XXV. Hooftstuk. Van den Reuk-Altaar, die in't Heylige heeft gestaan.
- 206 Het XXVI. Hooftstuk. Van't Reuk-Pulver, dat in't Heylige Verbrandt wierdt.
- 217 Het XXVII. Hooftstuk. Van het Reuk-Pulver.
- 227 Het XXVIII. Hooftstuk. Van de Zalf-Olie, en het Boek, die in't Heylige waren.
- 240 Het XXIX. Hooftstuk. Of de Zalf-Olie in den tweeden Tempel is geweest.
- 253 Het XXXI. Hooftstuk. Van het Voorhof der Tente der t'Zaamenkonste, en wie daar binnen mogte komen.
- 261 Het XXXII. Hooftstuk. Van den Brandt-Offer Altaar.
- 264 Het XXXIII. Hooftstuk. Van de Gedeeltens des Brandt-Offer Altaars.
- 279 Het XXXIV. Hooftstuk. Van het Vuur des Altaars.
- 292 Het XXXV. Hooftstuk. Van de Gereedtschappen, die by den Altaar gebruykt wierden.
- 307 Het XXXVI. Hooftstuk. Waar de Tente der t'Zaamenkomste gemaakt wierdt.
- 322 Het XXXVII. Hooftstuk. Van het geen'er by de Oprichting van de Tente der t'Zaamenkomste geschiedt is.
- 330 Het XXXVIII. Hooftstuk. Van de Plaatse der Tente der t'Zaamenkomste in het Leeger.
- 341 Het XXXIX. Hooftstuk. Hoedaanig by de Tente der t'Zaamenkomste de Godtsdienst wierdt verricht.
- 348 Het XL. Hooftstuk. Waar de Arke des Verbondts in Canaan heeft rontom gezworven.
- 361 Het XLI. Hooftstuk. Hoedaanig de Tente der t'Zaamenkomste en de Arke des Verbondts gescheyden waren.
- 366 Het tweede Boek, Handelende von den Tempel, zoo wel van den eersten, als van den tweeden, en desselfs toebehooren.
- 366 Het erste Hooftstuk. Wie den Tempel te Jeruzalem gebouwt heeft.
- 370 Het II. Hooftstuk. Van de Plaatse des Tempels.
- 378 Het III. Hooftstuk. Van de Bouw-lieden, 't Hout, de Steenen, en andere Materiaalen, die tot den Tempel quamen.
- 388 Het IV. Hooftstuk. Van de Gestalte des Tempels.
- 393 Het V. Hooftstuk. Van des Tempels Muuren, Gedeeltens en Ellen.
- 395 Het VI. Hooftstuk. Van't Heylige der Heyligen, en de Dingen die daarin zyn geweest.
- 411 Het VII. Hooftstuk. Van't Heylige, en de Dingen die daar in zyn geweest.
- 424 Het VIII. Hooftstuk. Van't Voorhuys en de Opper-Zaale des Tempels.
- 431 Het IX. Hooftstuk. Van het Dak, Boven't Heylige der Heyligen en't Heylige.
- 433 Het X. Hooftstuk. Van de Vertrekken aan't Heylige en aan't Heylige der Heyligen.
- 440 Het XI. Hooftstuk. Van het Voorhuys aan't Heylige.
- 451 Het XII. Hooftstuk. Van de uyterlyke Gestalte van het Voorhuys, en van de twee Pilaaren die daar voor stonden.
- 462 Het XIII. Hooftstuk. Van het binnenste Voorhof.
- 470 Het XIV. Hooftstuk. Van de Kopere Zee.
- 475 Het XV. Hooftstuk. Van de Kopere Wasch-vaten.
- 480 Het XVI. Hooftstuk. Van den Brandt-Offer Altaar.
- 494 Het XVII. Hooftstuk. Van de Slacht-plaatse.
- 499 Het XVIII. Hooftstuk. Van't byzondere Voorhof der Priesteren.
- 502 Het XIX. Hooftstuk. Van het Voorhof Israels.
- 505 Het XX. Hooftstuk. Van het binnenste Voorhof, en desselfs Poorten.
- 508 Het XXXI Hooftstuk. Van de Gebouwen, die in den Tempel waren, als die Vergader-Plaats van de Opperste Vierschaar, de Radt-Kamer, de Hout-Kamer, en de Poorten.
- 518 Het XXII. Hooftstuk. Van de Vertrekken en Poorten aan de Noordtzyde.
- 526 Het XXIII. Hooftstuk. Van de Vertrekken en Poorten aan de Oost-zyde.
- 533 Het XXIV. Hooftstuk. Van het buytenste Voorhof, en de Vertrekken die daarin gebouwt waren.
- 543 Het XXV. Hooftstuk. Van het geen'er in en by het Voorhof der Vrouwen was.
- 555 Het XXVI. Hooftstuk. Van de Scheyde-Wandt der beyde Voorhoven.
- 557 Het XXVII. Hooftstuk. Van het Voorhof der Heydenen, en desselfs Poorten.
- 571 Het XXVIII. Hooftsstuk. Van de Plaatsen, die rontom den Tempel waren.
- 576 Het XXIX. Hooftstuk. Van de Eerbiedigheit, die men omtrent den Tempel betoonde.
- 590 Het XXX. Hooftstuk. Van het Onderscheydt tusschen desen, en den tweeden Tempel.
- 598 Het XXXI. Hooftstuk. Van de Inwying en Verstooringe des eersten Tempels.
- 603 Het XXXII. Hooftstuk. Van het Bouwen des tweeden Tempels, en deszelfs Verbeeteringe door Herodes.
- 613 Het XXXIII. Hoftstuk. Van de Verontreyinginge en laatste Verstooringe van den tweeden Tempel.
- 619 Het XXXIV. Hooftstuk. Van de vergeefsche Pooginge der Jooden, om den derden Tempel te bouwen.
- 625 Het derde Boek, Handelende, van des Hoogen-Preisters Kleedinge, Zalvinge, Bedieninge, Aanzien in't Gerichte, Houwelyk, Opvolginge, Voorbeeldinge &c.
- 625 Het Eerste Hooftstuk. Aan wien het bedienen van het Levitische Pristerdom van Godt bevoolen is.
- 628 Het II. Hooftstuk. Van de eygentlyke Beteekenisse der Priesters, en hoedaanig Aaron in zyn Pristerdom op't Krachtigste is bevestigt geworden.
- 635 Het III. Hoftstuk. Van de verscheyde Ordeningen der Priesters, voornamentlyk van den Hoogen-Priester.
- 639 Het IV. Hooftstuk. Van de Hooge-Priesterlyke en Priesterlyke Kleederen.
- 645 Het V. Hooftstuk. Van de byzondere Kleederen des Hoogen-Priesters.
- 656 Het VI. Hooftstuk. Van den Urim en Thummim.
- 673 Het VII. Hofftstuk. Van't Hooft-Cieraadt des Hoogen-Priesters.
- 677 Het VIII. Hooftstuk. Van de Prachtigheit der Hooge-Priesterlyke Kleederen.
- 685 Het IX. Hooftstuk. Van de Zalvinge, en het Wy-offer van den Hoogen-Priester.
- 691 Het X. Hooftstuk. Van't Ampt des Hoogen-Priesters.
- 693 Het XI. Hooftstuk. Van de Aanzienlykheit des Hoogen-Priesters.
- 699 Het XII. Hooftstuk. Van de Aanzienlykeit des Hoogen-Priesters in die Opperste Vierschaar.
- 707 Het XIII. Hooftstuk. Van de Opperste Vierschaar der Jooden.
- 716 Het XIV. Hooftstuk. Hoedaanig de Leeden in deze Opperste Vierschaar hebben gezeeten.
- 719 Het XV. Hooftstuk. Van de Hals-Straffen der Jooden.
- 729 Het XVI. Hooftstuk. Van de Aanzienlykheit der Opperste Vierschaar.
- 733 Het XVII. Hooftstuk. Van de Opperste Vierschar, na de Babylonische Gevangenisse.
- 739 Het XVIII. Hooftstuk. Van de Middelste Rechtbank der Jooden.
- 746 Het XIX. Hooftsuk. Van't Houwelyk des Hoogen-Priesters
- 751 Het XX. Hooftstuk. Hoedaanig zich de Hooge-Prister omtrent eenen Dooden moeste gedraagen.
- 755 Het XXI. Hooftstuk. Van de Opvolging des Hoogen-Priesters.
- 757 Het XXII. Hooftstuk. Van der Hoogen-Priesteren Opvolgers.
- 763 Het XXIII. Hooftstuk. Van de Hooge-Priesters in den eersten en tweeden Tempel.
- 772 Het XXIV. Hooftstuk. Van de Hasmonëen, en derzelver Navolgers.
- 791 Het XXV. Hoftstuk. Wat de Hooge-Priesters hebben voorgebeelt.
- 804 Het XXVI. Hooftstuk. Van den Krygs-Gezalfden, Steedehouder, en anders Ampts-Bedienden
- 818 Het XXVII. Hooftstuk. Van de Gemeene Priesters.
- 825 Het XXVIII. Hooftstuk. Van het Priester-Ampt.
- 836 Het XXIX. Hooftstuk. Van het geene de Priesters in de Tente der t'Zaamenkomste, of in den Tempel, en in 't Byzonder omtrent den Kandelaar te doen hadden.
- 839 Het XXX. Hooftstuk. Van het geene de Pristers, in de Tente de t'Zaamenkomste of in den Tempel by den Reuk-Altaar te doen hadden.
- 846 Het XXXI. Hooftstuk. Van het geene de Priesters in de Tente der t'Zaamenkomste, of in den Tempel, omtrrent de Taafel der Toonbrooden te doen hadden.
- Register. Der voornaamste zaaken en stoffen, in dit Eerste Deel verhandelt.
