23

bragt, ten breedste uit te meten. De teedere fedra. verliet alsdan doorgaans bitter sclireijende het vertrek, doch alexasder , een vurig en moedig jongeling, kon deze smaadredenen op zijnen vader niet altoos met stilzwijgen aan- hooren. «Tante,» zeide hij eens, bij eene der­gelijke gelegenheid , «is mijn vader schuldig , hij ziet zich daarvoor waarlijk hard genoeg gestraft. Doch hoedanig gij en anderen hier­omtrent ook moogt oordeelen, als zijn zoon , kan noch mag ik koelbloedig aanhooren , dat men zijnen naam smaadt en hoont. In uw oog moge hij schuldig , ja , misdadig zijn ; ik zie in hem slechts eenen liefderijken vader, dien ik , volgens Gods bevel, verpligt ben te beminnen.»

«Ha , ondankbare!» sprak de Bojarin , aan eene dergelijke tegenspraak ongewoon, terwijl haar gelaat paarsch van toorn werd. «Is flat het loon voor al de weldaden aan u en uwe zuster bewezen ? Vergeet niet, dat, indien ik de hand van u aftrok, gij niet meer dan een ellendig bedelaar zoudet zijn!»

«Een ellendige bedelaar !» herhaalde alexan- der , bij afwisseling nu bleek dan rood wor­dende. «Tante! gij stelt uwe weldaden op