dècne (tTijrtsmtjlu ïraaa.

Het was in den aanvang der regering vau Czaar peter alexowits , den grooten hervor­mer der in zijnen tijd nog woeste en onbe­schaafde Russen of Moscoviters; de nacht had reeds zijnen valen sluijer over het aardrijk gespreid; een snerpende noord-ooste wind, ver­gezeld door eene iijne sneeuwjagt, dreef de zwarte wolkgevaarten met snelheid voort, toen zich aan het kasteel dés rijken Bojaars (*) BAJOwrrs een vreemdeling aanmeldde, die voorgaf door roovers overvallen en uitgeplun-

(*) De oude Russische Adel bestond uit Kncesen , Bo­jaren en Waiwoden, welke benamingen ecliter later, toen de Europesche beschaving ook aldaar veld won , tegen de gewone ondersclieiding-titels van Prinsen, Graven en Markgraven verwisseld werden.

1

1 .