3

Allen staarden met verbazing en nieuwsgier riglieid den vreemdeling aan, die, zonder een woord te spreken, zich in eenen der hoeken van den haard plaatste, hem door den portier aangewezen. Hij was van eene bijna reusach­tige gestalte, en zijn git zwart, gedeeltelijk met sneeuw en ijzel bezet haar, gaf hem, bij de akelig bleek gele kleur van zijn ge­rimpeld gelaat, door den gloed van het vuur verlicht, en alleen met het hemd gedekt zijn­de , meer het aanzien van een spooksel, dan wel van eenen mensch.

Weldra deed zich onder de Russen een mompelend gefluister vernemen, en nu eens elkander, dan weder den vreemdeling met schuwe blikken aanstarende, stond de een na den anderen van zijne zitplaats op , even alsof zij bevreesd waren door de nabijheid des vreemdelings besmet te zullen worden. «Bij St. Andries /» fluisterde thans een der be­dienden den poortwachter in het oor, «ik wil mij honderd knoetslagen laten geven (*), als

(*) De straf met den knoet was toenmaals in Rusland veel in gebruik. Den veroordeelden werd alsdan een be­paald aantal slagen met den knoet, eenen aan het onder­einde dikken stok, onder de bloote voetzolen toegebragt , hetgeen eene zeer pijnlijke straf was.