1 o

achtig bleef zond hij eene bende krijgsvolk , naar diens woning, vergezeld door eenen ge- oefenden barbier , en tegen dank zag zich de halstarrige Edele zijnen baard ontnemen.

Dit lot was ook aan den ons reeds van eene gunstige zijde bekenden Bojaar bajowxts ten deel gevallen. Deze, hoewel vroeger zeer aan den Czaar gehecht, en geen onedel hart bezittende, was tevens een man van een trotsch karakter, en hij kon den hoon, welken hem op last van peter was aangedaan, slecht verkroppen. Door inm'gen spijt bezield, liet hij zich al zoo verleiden in eene zamenzwering tegen den Czaar deel te nemen, waarvan men echter het eigenlijk doel, het verraderlijk om­brengen van den Monarch, zorgvuldig voor hem verborgen hield.

Een feestmaal, door eenen der eedgenooten aangelegd, op hetwelk ook de Czaar verschij­nen zou, was bestemd om hun moorddadig plan ten uitvoer te brengen; doch door het bestier der goddelijke Voorzienigheid werd deze aanslag nog in tijds den Monarch ken­baar. Na de noodige voorzorg te hebben ge­nomen, begaf zich echter peter naar de ver­zamelplaats der onvergenoegde Edelen; doch