18

onttroonen en eenen anderen Vorst op den troon te plaatsen. Hij vreesde alzoo met re­den , dat de zamenzwering moest zijn uitge- lekt. Aan verzet was echter niet te denken: hij beval dus de poort te openen en den lui­tenant met zijn volk binnen te laten.

Kort daarop trad de officier binnen en reikte hem eene keizerlijke ukate (bevelschrift) over, waarbij hij , met vervallen verklaring van zijne goederen aan de kroon, voor zijn leven lang naar Siberië in ballingschap werd gezonden, als hebbende deelgenomen in eene zamenspan- ning tegen het leven van den Czaar.

«Die beschuldiging is valsch!» sprak de Bojaar, onthutst en verontwaardigd; «nooit is eene dergelijke snoode daad bij mij opge­komen. »

«Verscheidene der eedgenooten hebben u als deelgenoot aan het vloekgespan genoemd!» sprak de luitenant, de schouders ophalende. «Voor het overige verzoek ik u spoed te ma­ken ; de slede, die u naar de plaats uwer ballingschap zal overbrengen, toeft u reeds!»

«Ik heb mijne straf verdiend,» hernam de Bojaar. «Ik behoorde tot het eedgespan; toorn wegens de dwangzucht van den Czaar, om