Opligtende. «O fedra ! was hel niet om uwent wil, dan!.... maar neen, neen! Zie, nu ben ik immers kalm ?» sprak hij , haar met zijnen zakdoek de tranen van het angstgloeijend ge­laat vegende.

«Ach, ik begrijp u!» sprak het meisje snik­kende , «tante heeft zeker weder kwaad van onzen ongelukkigen vader gesproken, en nu hebt gij u boos gemaakt, niet waar alex-

ANDER ?»

«Ja, fedra ! ja. Ik zou wel kunnen wen- schen, dat wij nooit den drempel van deze woning betreden liadden; hoe veel beter zoude het mij geweest zijn, indien ik mijnen gelief­den vader in zijne ballingschap had mogen vergezellen. Dan,» vervolgde hij met fonke­lenden blik, «zou ik niet dagelijks zijnen naam liooren smaden ; maar vossen strikken zetten

en het wild schieten, en als ik dan met eene rijke vangst te huis kwam en onze goede va­der deswege zijne vreugde niet konde ver­bergen ; o fedra ! dan zoude ik mijn geluk , ook tegen den troon van den Czaar niet heb­ben willen ruilen!»

«En ik,» zeide het meisje , «ik, vlexasder i zou het wildbraad smakelijk toebereiden, en