26
indien gijlieden dan vermoeid en hongerig van de jagt terugkwaaint, en fedra zag, hoe vader en gij met grage blikken op het geurig gebraad staardet, alexaxder ! welke een reine wellust zou mij zulks geweest zijn.»
Door deze streelende dweeperij eens onver- vulden wensch, vergat alexaxder zijnen toorn en fedra de angst, welke die toorn haar verwekt had; en alzoo was ouderliefde hier de « lieelende balsem, die hunne smart verzachtte. De Bojarin haren trots beleedigd gevoelende, kon zulks den edelen knaap niet vergeven; van dit oogenblik af werd zij norsch en stuursch en verdubbelde hare smaadreden op den rampspoedigen Bojaar. Aan het eerste liet alexaxder zich weinig gelegen zijn; zijne tante beminnen, kon liij niet en alzoo bekreunde liij zich ook weinig om hare genegenheid, doch steeds zijnen vader te liooren lioonen,
dit W'erd hem onverdragelijk. Ja, zelfs hare herhaalde bedreigingen hem en zijne zuster aan de armoede en een zwervend leven te zullen prijs geven, konden hem niet wederliouden zijnen afwezigen vader dikwijls met warmte te verdedigen. Fedra sprak wel zeldzaam tegen, doch zij gevoelde niet minder dan haar broe-

