88

netirs, nog voor den bestemden tijd bet be­paalde getal vellen te kunnen leveren.

Juist drie maanden na den dag, dat alexan- der zijne ballingschap had aangevangen, ver­scheen de Gouverneur van Tobolkn , vergezeld door twee keizerlijke staf-ofïicieren , in de hut Onzer ballingen. Te vergeefs drong hij nog­maals bij alexaxder aan, de genade des Kei­zers, nu het welligt nog tijd was, in te roepen; te vergeefs werd deze aandrang door den Bo­jaar ondersteund. «Ik ben in mijn lot getroost,» sprak de jongeling, met vastbesloten blik, «mijn besluit is onherroepelijk; nimmer zal ik zonder dwang mijnen vader weder verlaten, en wat ook zijne en mijne bestemming mogen zijn , ik zal mij daaraan onderwerpen.»

«Het zij dan zoo !» sprak de Gouverneur met diepe ernst, terwijl hij het zegel des briels losbrak, «moge slechts uwe halstarriglieid u niet te laat berouwen. Hoor uw vonnis aan!»

«Wij peter alexowit3 , Keizer aller Russen! «Lasten en bevelen onzen stedehouder van « Tobolks , den Bojaar bajowits aan te kondi- «gen, dat wij hem, uit aanzien van de vol- «standige cn beproefde ouderliefde zijns zoons*