dige en de toekomst te leven, zoo zal uw liart rust vinden, en wij , uwe kinderen, zul­len ons met u verheugen, en zelfs in deze ballingschap zal ons lot benijdenswaardig zijn!»

«Ja,» zeide fedra, de hand liaars vaders aan hare lippen brengende en kusscliende, «uw geluk, lieve vader! zal steeds ook het onze uitmaken!»

Diep werd de Bojaar door deze blijken van ouderliefde zijner kinderen geroerd, en toen nu beiden op zijnen wenk nederknielden, legde hij zegenend de handen op hunne hoofden, en zijne bede, op dien oogenblik tot den troon

87

willig deze stulp weder verlaten; ik kan geen ander mij dierbaar geluk , dan zoo ver in mij is, uwen levensdag te veraangenamen. Ver­scheur mij dan het hart niet, met dergelijke redenen! Laat ons het verledene uit het geheugen stellen, om slechts voor het tegenwoor­

des Allerhoogste voor hen opgezonden, die bede bleef gewis niet onverhoord.

Zorgvuldig had alexander voor zijnen vader verzwegen, hoe zeer de door hen op te bren- gene schatting was verzwaard geworden, en hij was zoo gelukkig, door verdubbelde in­spanning en vlijt, tot verbazing des Gouver-