I
woon gerucht vernemende, in persoon wilda onderzoeken, wat daarvan de oorzaak mogt zijn. «Wat is dat hier? wat moet deze man? wat beteekent dit alles?» waren de elkander snel opvolgende vragen des Edelmans, terwijl hij eenen toornigen blik op zijne van angst sidderende bedienden wierp. «Spreekt er niemand ?»
«Genadige Heer!» zeide thans de portier, zich op de knieën werpende, «ik ben zeer strafschuldig; doch het is uit onwetendheid geschied: ik wist niet, dat het een Jood was, anders ...»
«Een Jood, een Jood! — lk vraag u, wat . hier heeft plaats gevonden? en indien gij mij niet terstond en zonder omwegen de waarheid zegt, zal ik u door een honderdtal knoetslagen de tong doen losmaken. — Wat moet die man?» vervolgde hij, op den Jood wijzende, die met over elkander geslagen armen en den blik ten hemel gerigt, zijn lot den Allerhoogste scheen aan te bevelen.
De portier verhaalde nu hetgeen was voorgevallen , tegelijk de betuiging herhalende, welke hij met eenen duren eed bevestigde, niet geweten te hebben, dat het een Jood

