DIERENRIJK
I.
DE LEEUW.
PLAAT I.
Me.n heeft dit prachtige dier van de oudste tijden af, voor den koning der dieren verklaard, en het verdient ook deze onderscheiding volkomen. Zijne aanmei’ke- lijke grootte en sclioone gestalte, de kracht zijner bewegingen en zijne donderende stem, geven hem een aanzien , dat den koning der dieren kenmerkt. De kop is , benevens het
VERHALEN
UIT HET
einde van den staart, met lange en digle haren bezet , en aan den hals bevinden
i

