DE OLIFANT.

PLAAT V.

De Olifant is ontegenzeggelijk het groot­ste viervoetige dier, en verdient in meer dan een opzigt eene bijzondere opmerking. Als hij volwassen is, heeft hij eene hoogte van tien tot twaalf voeten , en zijn eenig- zins gekromde rug is van zes tot zeven voet breed. Het dikke , ineengedrongen ligchaam rust op ronde, zuilachtige pooten, van de dikte eens mans, en heeft een groo- ten kop , welke door middel van eenen kor­ten hals aan het ligchaam verbonden is. De kleine , maar doordringende oogen verraden

¥

meer geestigen aanleg , dan men anders ge­woonlijk bij dieren aantreft, en men vindt dit door eene menigte voorbeelden beves-