eze soort van Kraanvogel, die ook Argala genoemd wordt, is tot nu toe weinig bekend. Zijne grootte is nagenoeg dezelfde als die van den struisvogel, hij is van zes tot zeven voet hoog, en heeft van het eene einde van zijne uitgespreide vleugels tot het andere vijftien voet. De snavel heeft aan het begin zestien duim in omlrek en is bijna driehoekig. De kop en hals zijn zonder vederen, en in plaats van die , met dun haar bezet, tus- schen hetwelk eene naakte , roode en wrattige huid te zien is. Van voren hangt in het midden van den hals eene lange , kegelvormige huid , inden vorm van eene blaas, naar
XII.
DE GROOTE
KRAANVOGEL.
PLAAT XII.

