tuur schonk hem niet alleen deze vraat­zucht, maar zij gaf hem ook het middel om dezelve te bevredigen ; zij schonk hem klaauwen en tanden , list en kracht; in het kort , alles wat hem noodig is, om zijne prooi optesporen, te vatten , te worgen en te verscheuren; en evenwel sterft hij niet zelden van honger, dewijl de mensch hem altoos vervolgt en in de ondoordringbaarste bosschen en barste woestijnen verwezen

IV.

DE WOEF.

PLAAT IV.

De wolf behoort onder die dieren , welker begeerte naar vleesch zeer sterk is. De na-