IX.

DE BUFFEL.

PLAAT IX.

Deze heeft in zijne geheele uitwendige ge­daante veel overeenkomst met onze ossen ; maar onderscheidt zich van hen door zijne hoornen, en in het algemeen door meerdere kracht. De lengte van eenen Buffel bedraagt bij de acht voeten, en dcszelfs hoogte vijf en een halven. De ledematen zijn, in be­trekking tot zijn dik en sterk ligchaam, ook sterker dan bij onze ossen, en zijn buik hangt veel lager. De hangende ooren , welke eenen voet lang zijn, worden gedeeltelijk door zijne groote hoornen bedekt, welke eenen boog vormen, wiens bogt naar den grond wijst, terwijl de einden naar boven