DE LEEUW. 17

dagen nie t wilde eten. Een Leeuw en eene . Leeuwin. welke zeer jong gevangen waren, leefden met hunnen oppasser , die hen naar Engelandbragt, zoo vertrouwelijk , dat deze zich menigmaal in hun hok aan eene tafel zettede , en zijne pijp tabak rookte, terwijl de dieren rondom hem speelden. Als zij hem door hunne levendigheid lastig werden , of als zij al te uitgelaten waren, dan stampte hij met den voet, of gaf hun op eenige an­dere wijze zijn misnoegen te kennen , en dadelijk waren zij stil. Toen deze persoon het beroep van oppasser nederlegde , en de Leeuwin hem vermiste, werd zij over deze verwijdering zeer treurig en stierf kort daarna.

Gedurende de overvaart van GibraHÉS naar Engeland werd de Leeuw, die mede op het schip was , aan een onderofficier Ier verzorging en oppassing overgegeven. Drie jaren later kwam juist dezelfde met