a6 DE TIJGER.

nog krachtiger middelen zijne klaauwen onbeschadigd te ontgaan of met het leven er af te komen. Een zeer droevig voor­beeld zal dit bewijzen. Een scheepsgezel­schap landde op de kust van het eiland Sangar , om aldaar damherten te schie­ten , van welke dieren men tamelijk veel sporen gevonden had. Zij zetteden hun­ne jagt tot in den namiddag te drie uren voort, en legden zich toen in de nabij­heid van een kreupelboschje neder , om uit te rusten en eenige verversching te ge­bruiken. Op eens hoorde men een donde­rend gebrul, en te gelijk sprong een Tij­ger van eene vervaarlijke grootte te voor­schijn , welke een jongeling aangreep en hem midden door de dikste struiken en doornen voorlsleepte. Schrik , droefheid cn vrees beving terstond alle aanwezig zijnde vrienden van den ongelukkigen. Een van hen schoot oogenblikkelijk zijn