deze plaats , om den algemeenen vijand te dooden. Zij voorzagen zich derhalve van honden en geweren , van stroo , zwavel en andere dergelijke dingen , en deden verscheidene pogingen, om de Wolvin uit haren schuilhoek te drijven. Maar zij liet zich noch door de honden , die of gewond of in schrik gejaagd terug keerden, noch door den rook van brandend stroo , noch door den verstikkenden zwaveldamp bewegen uit haar
46 DE WOLF

