woonvertrek des oppassers dron g , en daar al wat hij vond opat en uitdronk. Daar­op sleepte hij al het huisraad van den op­passer, zoo als : linnengoed, bedden, kleede- ren, in het kort, al wat hij vond, ineenhoek

66 DE OLIFANT.

deze teekende, zoo met water, dat het ge- heele werk bedorven was. Een andere Olifant nam de nalatigheid , van zijnen op­passer , die hem niet op zijn tijd voedsel gaf, zoo kwalijk, dat hij zich los rukte, in het

van zijne stal, bevuilde het en trad het toen eindelijk geheel in stukken.

Men ontdekt ook aan den Olifant eene soort van eergevoel, want hij kan meer door woorden , dan door harde straffen tot den arbeid aangezet worden. In Indië bediende men zich voorheen van Olifanten, om de schepen van stapel te doen loopen. Een van die dieren , werd eens opgedragen een zeer groot schip in het water te stooten. Maar dit werk was boven deszelfs vermogen , en