68 DE OLIFANT.

wilde doorgaans gccnen anderen dulden ; want daardoor trachtte hij eene fout te ver­helpen , waarover hij groot berouw scheen te gevoelen.In het algemeen schijnt het, als of de Olifanten dikmaals eene daad be­treuren , die zij in woede , waaraan zij me­nigmaal onderhevig zijn , begaan , ten min­ste schijnt zich daaruit hunne plotselinge bedaring, en het geheel verdwijnen der woede eenigzins te laten verklaren. Een in- disch koning was met zijnen zoon op eenen Olifant ter jagt gereden, toen dit dier op eens in woede geraakte , zoo dat het geheel onmogelijk was het verder te re­geren. De geleider zeide hierop tot den koning , dat een van hen het leven verlie­zen moest, om de woede van het beest te doen bedaren, zonder dat, zoude het hen allen tegen de boomen verplette­ren. Hij bood zich vrijwillig tot slagtoffer aan , om door zijnen dood het leven van