7 a DE OLIFANT.

begraven was. Het dier schoof toen de aar­de weg en ondekte op deze wijze aan de nieuwe vrouw de schanddaad van haren man.

Het geduld der Olifanten , zelfs bij ligcha- melijke smerten , verdient evenzeer bewon­dering. In den oorlog had eens een Olifant eene wond door een kanonskogel bekonfen , en werd daarom twee of driemaal in een hospitaal gevoerd, waar hij zich uitstrekte en verbinden liet. Niettegenstaande bij dit verband de pijnen niet vermijd konden worden, ja zelfs de wond menigmaal gebrand moest worden, waardoor het dier op het gevoel van de hevigste smerten klagende toonen deed hooren, zoo toonde het toch niet het minste ongeduld , maar bewees den wondarts slechts dankbaarheid ; het ging zelfs daarna alleen in het hospitaal, even als of het de weldaad , welke het daar ont­vangen had , dankbaar wist te achten.