den , de plaats van eenen huisknecht, want zij stooten de dingen, die men hun geeft zeer goed in eenen mortier , kunnen hout en andere vrij zware dingen aandragen , en ha­len ook in kleine ruiken , die zij geheel vol­doen en op hun L jofd dragen , water uit de rivier. Maar hij dit werk moet men acht op hen geven ; want als zij aan de huisdeur ko­men , en men neemt hun de waterkruik niet terstond af, laten zij die vallen, en als zij nu zien, dat dezelve ledig is en ge-

100 DE OURANG-OUTANG.

gebaarden het gezelschap onderhield.Op het eiland Java bediende een tamme Ou- raDg-Outang zichzelven. Hij maakte vuur, blies het met zijnen mond aan , en braadde eenen viscli voor zich op den rooster, die hij bij zijne gekookte rijst opat.

De Ourang-Outangs van Siërra-Leo- ne, zijn even leerzaam ; doch slechts tot eenen zekeren trap. Zij bekleeden daar , als zij jong gevangen en onderwezen wor-