DE APEN. ia5
niet ondoelmatig zijn , wanneer wij de handelingen van eenigen der voornaamste Apen, welke men inzonderheid gelegenheid heeft om te zien, eenigzins nader te beschouwen.
i. DE HONDSKOP AAP.
Deze is kwaadaardiger en moeijelijker te temmen, dan de andere Apen. Hij heeft ter wederzijde van de wangen zakken, of zoo als men het noemt, wangbeurzen, waarin hij allerlei eetwaren verbergt. Deze dieren zijn woest en wild, en als men hen boos maakt of iets hen niet aanstaat, knarsen zij op de tanden. Zij onthouden zich in talrijke kudden op de onmetelijke vlakten van Indie, en zijn zoo vermetel, dat zij, vrouwen welke met levensmiddelen naar de markt willen gaan, aanvallen en van alles berooven.J Men bedient zich som-

