DE APEN.

hen waarvoor zij hem tot dank nogvrees- selijke grimassen maken. Somtijds ver- toonen zij hem nog iels van het gestolene , als of zij het hem wilden wedergeven , en maken daarbij zulke belagchelijke en potsige bewegingen, dat de arme man zich, ofschoon hij zijn eten verloren heeft, niet van lag- elien kan onthouden. Een reiziger ver­haalt het volgende van deze Apen. Toen hij door eene groote bergketen in de nabijheid van de kaap de Goede Hoop reisde , trof hij velen van deze Apen aan, wier list en vlugheid hij niet beschrijven kon. Toen hij dezelve vervolgde , werden zij zoo vermetel, dat zij zich omkeerden , en hem zoo nabij zich lieten komen , dat hij hen gemakkelijk had kunnen vatten. Toen hij het eindelijk beproefde om dezelve te grijpen, spron­gen zij in eenen sprong wel meer dan tien schreden verre , en klommen met eene buitengemeene vlugheidop de boomen , van