i6a DE APEN.
weer treft, want zij blijven aan de boomen hangen, al zijn zij zelfs doodelijk gewond , en zoo vallen zij dan, voor en na, bij stukken naar beneden. Zoo heb ik dikmaals dooden vier dagen zien hangen; daarvan komt het ook , dat men er dikwijls vijftien of zestien schiet, en er evenwel maar vier of vijf op zijn hoogst magtig wordt. De volgende omstandigheid scheen mij echter het merkwaardigste te zijn : zoodra een van hen gewond is, verzamelen al de overigen zich om hem heen , en pijlen zijne wonden met hnnne vingers , even als of zij dezelve wilden onderzoeken. Zien zij nu, dat er veel bloed uit stroomt, dan houden zij dezelve digt; eenigen gaan weg en halen eene soort van bladen, die zij kaauwen, en zeer behendig in de opene wond stoppen.
Een ander reiziger verhaalt het volgende. Deze Apen zwerven bij hoopen in de bos- schen rond, alwaar zij van den eenen boom

