scmp, geveia naa

Het voornaamste van den Buffel is zijne hoornen en zijn vel. De eerste zijn van zulk eene harde zelfstandigheid , dat zij fraai gepolijst kunnen worden , en het laatste dient tot werk, waartoe men sterk leder moet hebben. Het is zoo dik en sterk , dat het gemeenlijk snaphaan kogels niet door­laat , en daarom moet met tot de Buffeljagt kogels met eene zekere hoeveelheidt tin ver­vaardigen , en evenwel worden deze dikwijls door den wederstand. welken de huid biedt, plat geschoten.Het vleesch der Buffels is zeer goed, en dat der jongen bijzonder smakelijk. De Holtentotten, welke zich in het algemeen voor de toebereiding van vleesch niet veel moeite geven , snijden het in stukken , rooken het en braden het dan

* Zie de afbeelding op plaat ix.

193 DE BUFFEL.

een niet verre van daar ten ankerliggend