HET HERT. ao3
spoedigen , als men den tijger aanhitste; waarop hem verzekerd werd , dat zulk eene aanhitsing gevaarlijk worden kon, en de treurigste gevolgen zou kunnen hebben. In- tusschen werd toch bevel gegeven, den tijger aan te hitsen ; de oppassers gingen dus naar hem toe en volbragten dit bevel. Terstond deed nu de tijger , zonder verder eenige poging te wagen om het Hert te overwinnen, eenen sprong over het net, dat de plaats omgaf, en vlugtte door de menigte aanschouwers , die van schrik in een luid geschreeuw uitbarstten. Allen zochten hun behoud in de vlugt, en liepen heen en weer , omdat ieder meende dat hij door het bloeddorstige dier zou aangevallen worden. Maar de tijger sprong , zonder zich om hun schrikken of hunne verlegenheid te bekommeren, dwars over den straat
weg , en verschool zich in een tegenover liggend gedeelte van het bosch, waar hij

