DE GROOTE KRAANVOGEL. 2*3

op eenigen aftand aan den mond eener ri­vier ziet, en hen te gemoet gaat, zou men hen gemakkelijk voor drijvende schuit­jes aanzien, die op de vlakte van het stille water voortgaan; en als zij zich op de zand­banken bevinden, dan schijnen zij mannen