DE LEEUW.
en met half geopende oogen in de zon sliep. Mungo Park ging dadelijk weder terug en verborg zieli in het kreupelhout, waardoor hij zijnen zoo nabij zijndén dood ontkwam. Had de Leeuw eenen zoo scherpen reuk als andere roofdieren , dan zou deze reiziger zeker het leven verloren hebben.
De kracht , welke de Leeuw in zijne spieren heeft , is buitengemeen groot , want hij kan met een’ eenigen slag met zijnen voorpoot het ruggebeen van een paard breken , en met een’ slag van zijnen staart den sterksten mensch ter aarde werpen. Met een kalf in den bek loopt hij even zoo snel voort, als de kat met de muis, en springt daarmede niet zelden over zeer breede slooten , zonder dat dit licm in zijnen loop iets schijnt te hinderen. Zoo zagen eens verscheidene Ilottentot- ten eenen Leeuw, welke een’ buflèl, die

