6 DE LEEUW.
nog veel grooter, dan hij zelf, is, voortsleepte. Intusschen had hij zich dit werk eenigzins gemakkelijk gemaakt, doordien hij er eerst de ingewanden had uitgenomen. — Niettegenstaande de kracht , moet de Leeuw toch dikwijls zijne toe- vlugt tot list nemen, om een dier, gelijk den buffel, meester te worden ; want dik- maals genoeg hoet hij ook zulk een gevecht met zijn leven , inzonderheid als een andere buffel den aangevallenen te hulp komen kan. Men verhaalt zelfs, dat eene buffelkoe , die nevens haar kalf met het achterste naar eene rivier stond, het tegen vijf Leeuwen uithield , die haar , om zoo te zeggen, omsingeld hadden, en zoo lang als men dezen strijd kon aanschouwen , niet overwonnen werd. — Als de Leeuw een’ buffel bemagtigen wil, dan springt hij hem geheel onverwachts op
het lijf, en slaat hem de klaauwen zijner

