van den boom verwijderd was , dien hij zijn behoud te danken bad. Toen de Leeuw bij zijne terugkomst de vlugt van den Hottentot gewaar werd, ging hij hem tot op drie honderd schreden van zijne woning achter-
12 DE LEEUW.
deze gelegenheid maakte de Hottentot gebruik ; hij klom sidderend van den boom af en begaf zich met den grootsten spoed naar zijne woning, welke omstreeks eene mijl
na. — Ofschoon de trek van den Leeuw naar het vleesch der negers genoeg bekend is, zoo wagen het deze somtijds met hem te vechten, waarbij zij zulk eene geschiktheid onhandigheidbetoonen, dat zij zeldeneene, en dan nog gewoonlijk slechts onbeduidende wond , bekomen, terwijl de Leeuw overwonnen en gedood wordt.
Ofschoon de Leeuw zulk een vreesselijk dier is, heeft de mensch hem evenwel weten te temmen , en wel zoo , dat hij geheel geduldig wordt en niemand schade doet. In

