DE LEEUW. i3

het Oosten temt men deze dieren, naar het verhaal van geloofwaardige ooggetuigen , op de volgende wijze. Men bindt vier of vijf Leeuwen te zamen en maakt dezelven met hunne achlerpooten aan, in den grond ge­slagenpalen, vast, die omstreeks twaalf voe­

ten van elkander staan. Een koord, dat om hunnen hals gaat, wordt door menschen , die achter de palen staan, vast gehouden. Voor de Leeuwen wordt een touw gespan­nen ; doch zoo , dat zij cr niet bij kunnen komen , aan welk touw aanschouwers staan, welke hen tergen en met steenen , stokken en dergelijke werpen. Daardoor worden de dieren toornig, en storten zich woedend op hunne beleedigers ; maar door het om hunnen hals gaande koord worden zij van de lieden , die hetzelve vasthouden , terug getrokken, en door het dikmaals herhalen van dit werk , allen getemd.

Tot de anders zoo zeer geroemde gemeeu-

2