DE LEEUW. 19
gerdc , dat de bezetting meende , dat liet dier van honger moest sterven. Men deed het derhalve de ketens af, en jaagde het op het bijgelegen veld. Hier werd het door een’ franschman gevonden , die van de jagt terug kw am. Hij had meelijden methet arme dier en waschte derhalve hetzelve den hals met verscli water, om de pijn te verzachten, en laafde het met een weinig melk. Deze drank werkte zoo weldadig op de Leeuwin , dat men haar weder in de vesting terug voerde , waar zij ook geheel en al weder genas. Uit erkentelijkheid jegens haren weldoener , werd zij hem zoo genegen, dat zij volstrekt niets wilde genieten, wat hij haar niet gaf, en dat zij hem na hare vol- komene herstelling , aan een band, even als de getrouw’ste hond , op zijne wandelingen in het binnenste des eilands volgde.
Ofschoon de Leeuwen , zoo als de bijge-

