tergen in toorn gebragt zijn. Ook wreken zij ondergane beleedigingen dikmaals bij gelegenheid, inzonderheid als zij menigmaal herhaald worden. Zoo had eens een bijzonder persoon eenen Leeuw , welke gewoonlijk bij hem in de kamer was en daar ook sliep. De knecht welke hem verzorgen moest, sloeg hem dikmaals , dan zelfs , als het dier het goed met hem meende. Verscheidene maanden lang verdroeg de Leeuw geduldig deze onregtvaardige behandeling; maar eens op een’ morgen werd de heer door een buitengewoon geraas in de kamer uit den slaap gewekt. Hij schoof de gordij-
20 DE LEEUW.
bragte voorbeelden bewijzen , buitengemeen mak kunnen worden , zoo behouden zij toch altijd iets van hunne aangeborene moordzcclit, en onder zekere omstandigheden is het niet raadzaam hen te vertrouwen . Vooral moet men zich voor hen wachten als zij eten krijgen , of wanneer zij door

