voorbeeld aantoont. Men wilde weten hoe zich een zwijn tegen eenen Tijger verdedigen zoude, en men zocht daarom eenshet grootste uit, op hetwelk men den Tijger los liet. Na een kort gevecht stelde het zwijn zich in een’ hoek van den muur, alwaar de Tijger langen tijd niet het minste voordeel op hetzelve kon behalen. Daar het nu hoe langer lioe naauwer werd in gesloten , begon het zoo hevig te schreeuwen , dat de geheele kudde zwijnen, welke men vooraf verwijderd had, op dit gejammer afkwam, zonder dat men dezelve kon
3o DE TIJGER.
Schoon de kracht van den Tijger zeer groot is, zoo waagt hij het toch niet, om ergens eenen buit aantevallen , over welks zegepraal hij vooruit niet zeker is; ja hij wordt zelfs op het gezigt van verscheidene tegenstanders, die tegen hem in het geheel niet zijn opgewassen , moedeloos , en vlugt lafhartig van daar, zoo als het volgende

