DE TIJGER. 3i

tegenhouden. Allen stormden met woede op den Tijger aan, zoo dat hij geen ander heen­komen wist dan in ecne gracht te springen, waar de zwijnen hem niet volgen konden.

Wanneer de Tijger zeer jong gevangen wordt, dan kan hij, als het ware, zoo als de leeuw getemd worden, en legt zijne wilde natuur zelfs geheel af. Zoo heeft men in Londen eenen zeer schoonen makken Tijger, die zich gedurende zijne over­vaart zoo goed en grappig toonde als eene jonge kat ; zelfs ging zijne makheid zoo verre, dathij het geduldig verdroeg, als twee matrozen zich met hun hoofd op hem , even als op een kussen, legden. Dikmaals klom hij in de mast van het schip. Eens had hij van den scheepstimmerman een stuk rundvleesch gestolen, en deze sloeg hem daarom; deze tuchtiging verdroeg hij ook even als de geduldigste jagthond. Ge­durende zijne vijftienjarige gevangenschap ,