persoon , door middel van een touw , de deur weder toe , en bewaart dezelve door twee kruislings van voren en van achteren geleg­de palen , voor welke nog andere horizontaal liggende balken geschoven worden. De Oli­fant verschrikt door het geraas van het toe­sluiten der deur , wil spoedig terug koe­ren ; doch hij ziet, dat hij nog naauwer in­gesloten is , en loopt nu woedend tegen de palen, welke hij door stampen met de voor­poten en stoten met den kop tracht te verbreken. Ongeacht deze vergeefsche po­gingen ,wordt hij nog met touwen gebonden, en als dit geschied is, met geweld door de jagers en twee tamme Olifanten naar de plaats zijner toekomstige bestemming ge- bragt. Ilier komt hij onder het opzigt van eenen oppasser , die hem in het begin lief­koost en door velerlei list, dikwijls ook door bedreigingen en steken met eenen puntigen stok , tracht te temmen. Gewoonlijk kittelt

DE OLIFANT. 8