DE APEN. i5 9
begint hij met eene luide en zoo schelle stem zijne voordragt, dat men van verre ge- looven zou. dat zij allen te gelijk schreeuwden , terwijl er slechts een spreekt en de anderen in dien tijd geheel stilzwijgen. Als hij gedaan heeft, geeft hij zijnen makkers met de hand een teeken, dat zij zouden antwoorden , en terstond beginnen zij te zaïnen uit de volle borst te schreeuwen, hetwelk zoo lang duurt, tot hij hun door een ander teeken het stilzwijgen gebiedt, waarop zij gehoorzamen en stil zijn. Eindelijk begint hij zijne voordragt of gezang, zoo als men het noemen wil, op nieuw, en alleen dan , als allen licm tot het einde met de grootste opmerkzaamheid hebben aangehoord, wordt de zitting opgeheven , en zij gaan uit elkander. Deze eigendommelijke handelwijze van den Brulaap heeft men met den naam van Apenpredikatie benoemd en in twijfel getrok-

