eene fabel zijn.

Het vleesch van dezen Aap levert een goed geregtopleveren, en is van denzelfden smaak als hazen vleescli, maar een weinig zoeter, om welke reden men het sterker moet zouten , en het vet, dat nog geeler dan dat van kapoenen is, heeft ook eenen aange- namen smaak. Een Engelschman , die zich langen tijd in Guiana en Brazilië heeft op­gehouden , verhaal^ het volgende van deze Ap en. Gedurende den tijd, dat wij in de onmetelijke hosschen dier streken om­dwaalden , leefden wij van niets anders, dan van Gouaribas, en onze jagers bragten er alle dagen zoo veel van, als wij noodig hadden. Ik was nieuwsgierig de wijze dezer dieren, waardoor zij hunnen vijand van

160 DE APEN.

ken; daar zij evenwel dooreen geloofwaardig man wordt aangehaald , die gelegenheid ge­noeg had, om deze dieren te kunnen op­merken , zoo kan het wel iets meer dan